DODENBOEK 2

 

Een héél belangrijk moment in het hiernamaals was de aankomst in de Hal van de Rechtschapenheid, waar bepaald werd of je goed had geleefd en of je wél of niet tot het Dodenrijk zou worden toegelaten. De beroemdste dodenboek-papyrus is waarschijnlijk die van Hoenefer, schrijver in dienst van de farao (13 eeuw voor Christus, British Museum Londen).

 

 

Bekijk deze afbeelding eens goed … Het lijkt wel een soort stripverhaal: de overledene wordt eerst voor een rechtbank geleid van goden en godinnen, die Hoenefer vragen over zijn leven stellen (bovenaan de papyrus). Daarna neemt Anoebis, de Gids in het dodenrijk (met de jakhalskop) Hoenefer mee naar de weegschaal om te kijken of hij de waarheid heeft gesproken: Hoenefers  hart wordt aan de ene kant van de weegschaal gelegd en de Veer van Maät (godin van de Waarheid, bovenop de weegschaal) aan de andere kant: als je hart “zwaar”òf “bezwaard” is door zonden uit je leven bleef de weegschaal niet in evenwicht en werd je hart opgevreten door Sebek, die onder de weegschaal al klaar staat. Deze Verslindster van de Doden had de kop van een krokodil, het bovenlijf van een leeuw en het achterlijf van een nijlpaard. Hoenefer’s hart wordt licht genoeg bevonden en je ziet Toth, god van de Wijsheid met de ibiskop, de uitslag opschrijven. Daarna brengt Horus met valkenkop (de zoon van Osiris) de overledene bij Farao van het Dodenrijk Osiris en diens vrouw Isis en zijn zuster die achter hem staan. Osiris heet de dode welkom in zijn rijk, De Vredige Velden.

In het Dodenrijk zag het leven er grotendeels hetzelfde uit als het aardse leven … er moest dus ook gewoon gewerkt worden, maar men zag het niet zo zitten om na de dood zich ook nog eens “dood” te moeten werken. Daarom werden er kleine beeldjes meegegeven aan de doden, de shabti’s (oesjabti) of antwoordgevers: als de dode werd opgeroepen om te werken, gaf de shabti antwoord in zijn plaats en ging aan het werk.

Tekst uit het Dodenboek van Ani (15e eeuw v. Chr.):

O jij beeldje!

Wanneer ik word opgeroepen om een van de taken uit te voeren die ieder moet volbrengen in de Vredige Velden, luister! Laat jij op elk moment namens mij antwoorden: voor het beplanten van de velden, het bevloeien van het land in het oosten en het westen: “Hier ben ik, ik zal doen wat u vraagt.”

 

Tekst die moet worden uitgesproken in de Hal der Rechtschapenheid (Bronnen1,blz 38 EPN)   De overledene spreekt:

Gegroet, Machtige God, heer der rechtschapenheid. Ik ben tot u gekomen om uw stralende gezicht te aanschouwen. Ik ben nooit slecht geweest voor andere mensen. Ik heb mijn knechten niet mishandeld. Ik heb niemand harder laten werken dan hij kon. Ik heb de goden niet beledigd. Ik heb niemand laten verhongeren. Ik heb niets stiekem meegenomen uit de graanvoorraad. Ik heb mijn belasting netjes betaald en mijn plichten bij de waterhuishouding keurig gedaan, o grote heer!!!

 

Opdracht 2: Dodenboek, de reisgids voor de dode

a.    Vertel in eigen woorden wat er in de Hal der Rechtschapenheid allemaal gebeurt vóór de dode eventueel wordt opgenomen in de Vredige Velden en vertel over de betekenis van shabti’s. Bekijk voor je beschrijving goed alle afbeeldingen uit de dodenboeken.

b.   In de Hal der rechtschapenheid moet de dode een tekst gaan uitspreken. Een voorbeeld daarvan zie je hierboven. Stel je voor dat je leeft in het Oude Egypte in de 15e eeuw voor Christus en je bent schrijver, een aanzienlijk en eerzaam beroep in die tijd. Je schrijft voor jezelf alvast een tekst, die mee kan gaan in je graf, zodat je jezelf en al je goede eigenschappen aanprijst bij de goden en godinnen!  (de tekst moet 100-125 woorden zijn)